De druk op het elektriciteitsnet dwingt ondernemers steeds vaker om samen naar oplossingen te zoeken. Afgelopen donderdag organiseerden de SED-gemeenten daarom een bijeenkomst met energie-infrastructuurspecialist Firan. Hierbij wilden ze verkennen waar bedrijven op hetzelfde onderstation elkaar kunnen helpen door stroom slimmer te delen.
Op basis van een eerder onderzoek naar de nettopologie werden bedrijven verdeeld in vier clusters. Binnen deze groepen is gekeken of er mogelijkheden zijn om samen te werken, bijvoorbeeld door zonnestroom te delen, contractruimte beter te benutten of vraag en aanbod van elektriciteit op elkaar af te stemmen. En in twee van die clusters liggen duidelijke kansen voor samenwerking.
Eerste beeld van de mogelijkheden
In totaal zijn 25 bedrijven en 29 aansluitingen onderzocht: een cluster met twee aansluitingen, een cluster met vier aansluitingen, een cluster van vijf aansluitingen en een grotere groep met achttien aansluitingen.
Bij twee clusters, waaronder het cluster met achttien aansluitingen, lijken de mogelijkheden voor samenwerking groot. Een groepstransportovereenkomst kan hier een oplossing bieden voor bedrijven die meer stroom zouden willen afnemen voor hun groeiplannen en voor andere bedrijven om hun opgewekte stroom te benutten.
Het onderzoek laat zien dat collectieve oplossingen efficiënter zijn voor deze twee clusters dan individuele maatregelen. Als bedrijven samenwerken, hebben zij veel minder opslagcapaciteit nodig dan wanner een bedrijf dit afzonderlijk regelt. Dit leidt tot lagere investeringskosten en een efficiënter gebruik van het stroomnet. Ook kunnen de bedrijven als groep besparen op de aansluitkosten van de netbeheerder.
Samenwerking vraagt organisatie
Dat de energiedata laat zien dat samenwerking kansrijk is, is een mooi vertrekpunt. Een volgende vraag is: willen bedrijven zich organiseren om dit samen mogelijk te maken?
Samenwerking op het stroomnet vraagt namelijk meer dan alleen technische potentie. Bedrijven moeten afspraken maken over gebruik van capaciteit, investeringen en de verdeling kosten, baten en risico’s. Ook moet duidelijk zijn hoe wordt omgegaan met toetreding van nieuwe bedrijven en het uittreden van bestaande deelnemers. Dat vraagt tijd, vertrouwen én een goede organisatiestructuur.
Juist daarom was deze bijeenkomst bedoeld als een eerste toets: zijn bedrijven bereid om het gesprek met elkaar aan te gaan?
Het antwoord daarop was positief. In twee clusters hebben bedrijven aangegeven verder te willen kijken naar concrete samenwerking.
Volgende stap: samen verder
De komende periode volgen vervolgsessies waarin de betrokken bedrijven verder met elkaar in gesprek gaan. Daarbij wordt gekeken hoe de samenwerking vorm kan krijgen en of er een gezamenlijke organisatie kan ontstaan die de volgende stappen zet.
De gemeente heeft in dit traject de aanzet gegeven. Zij heeft het onderzoek mogelijk gemaakt, partijen bij elkaar gebracht en het proces op gang geholpen. Nu duidelijk is dat er potentie is, verschuift het initiatief naar de bedrijven zelf. Zij bepalen of en hoe de samenwerking wordt doorgezet.
De belangrijkste conclusie van de bijeenkomst: de kansen zijn er, maar ze ontstaan alleen als ondernemers zich organiseren.
En precies daar ligt de volgende stap.