Samenwerken rond stroom lukt niet altijd. Gelukkig red jij jezelf!

Samenwerken op een bedrijventerrein kan veel opleveren. Zeker als het gaat om netcongestie, energieopwekking, laadvoorzieningen of batterijopslag. Bedrijven kunnen elkaar soms goed aanvullen. De één heeft stroom over op momenten dat de ander juist tekortkomt. Of meerdere ondernemers kunnen samen investeren in onderzoek, meetdata of slimme oplossingen. Scheelt weer geld!

Maar de praktijk is niet altijd zo eenvoudig. Niet ieder bedrijventerrein is klaar voor samenwerking. Niet ieder bedrijf past in een collectieve oplossing. En niet iedere ondernemer kan wachten tot er een energiehub, groepscontract of gezamenlijke batterij is georganiseerd. De vraag is dan: wat kun je doen als samenwerken rond elektriciteit voorlopig niet lukt?

Gelukkig is er goed nieuws: ook zonder collectieve oplossing kun je stappen zetten. Door je eigen energieverbruik beter te begrijpen, te besparen en slimmer te sturen, kun je duurzamer werken én beter omgaan met netcongestie.

Waarom samenwerken soms niet lukt

Samenwerking klinkt logisch, maar vraagt veel. Een energiehub is geen stekkerdoos die je samen inplugt. Techniek, vertrouwen, organisatie en afspraken moeten kloppen. Soms zitten bedrijven op hetzelfde bedrijventerrein, maar niet op hetzelfde deel van het elektriciteitsnet. Dan lijken ze buren, maar zijn ze technisch niet logisch met elkaar verbonden. Ook kan het zijn dat energieprofielen niet goed op elkaar aansluiten. Als iedereen op hetzelfde moment veel stroom nodig heeft, ontstaat er weinig extra ruimte.

Daarnaast speelt organisatie een grote rol. Zonder ondernemersvereniging, parkmanagement of duidelijke trekker blijft samenwerking vaak hangen in goede bedoelingen. Ondernemers hebben bovendien verschillende belangen. De één wil uitbreiden, de ander wil vooral kosten besparen, een derde heeft zonnepanelen over en een vierde wil geen langdurige verplichtingen aangaan.

Ook data delen kan spannend zijn. Voor samenwerking moet je vaak inzicht geven in je verbruik, pieken, opwek, contractvermogen en toekomstplannen. Dat vraagt vertrouwen. En dan zijn er nog juridische en financiële vragen. Wie investeert? Wie profiteert? Wie is eigenaar? Wie draagt risico? Wie verdeelt schaarse capaciteit?

Kortom: samenwerking kan waardevol zijn, maar is niet vanzelfsprekend.

Geen samenwerking betekent geen stilstand

Als een collectieve oplossing nu niet haalbaar is, betekent dat niet dat je niets kunt doen. Sterker nog: de stappen die je individueel zet, maken toekomstige samenwerking vaak juist makkelijker.

RVO vat de basis voor bedrijven die met netcongestie en energiebesparing aan de slag willen praktisch samen in drie stappen: meten, besparen en sturen. Die volgorde is belangrijk. Eerst weten wat er gebeurt. Dan verlagen wat niet nodig is. Daarna slimmer organiseren wat overblijft.

Begin met inzicht in je eigen verbruik

De eerste stap is inzicht. Weet je wanneer je de meeste stroom gebruikt? Waar je pieken ontstaan? Welke installaties veel vermogen vragen? Hoeveel stroom je gebruikt buiten werktijd? En hoeveel ruimte er nog zit in je aansluiting?

Veel ondernemers kennen hun energierekening, maar niet hun energieprofiel. Terwijl juist dat profiel belangrijk is als je wilt verduurzamen, uitbreiden, laadpalen plaatsen of beter omgaan met beperkte netcapaciteit. Begin daarom met de gegevens die je al hebt. Log in bij je energieleverancier of vraag kwartierdata op bij je meetbedrijf als je een grootverbruikaansluiting hebt. Kijk naar rustige dagen, weekenden en piekmomenten. Waar blijft het verbruik hoog? Welke patronen zie je?

Heb je meer details nodig, dan kan een slim meet- en monitoringsysteem helpen. Daarmee zie je niet alleen hoeveel stroom je bedrijf gebruikt, maar ook waar die stroom naartoe gaat. Bijvoorbeeld naar koeling, machines, verlichting, laadpunten of een specifieke ruimte in het bedrijf. In Noord-Holland is subsidie beschikbaar voor slimme meet- en monitoringsystemen voor elektriciteitsverbruik. Die regeling is bedoeld om inzicht te krijgen in je elektriciteitsprofiel, op bedrijfsniveau én per proces, hal of installatie. Hij loopt nog tot 1 oktober, dus wacht niet te lang!

Verlaag eerst wat je niet nodig hebt

De goedkoopste stroom is de stroom die je niet gebruikt. Daarom begint duurzamer omgaan met elektriciteit vaak bij besparen. Dat hoeft niet meteen groot of ingewikkeld te zijn. Vaak is het zo simpel als verlichting, sluipverbruik, onderhoud aan installaties, instellingen van verwarming en koeling of apparatuur die onnodig blijft draaien. Ook het spreiden van opstartmomenten kan helpen. Als meerdere machines, koelinstallaties of laadpunten tegelijk aanslaan, kan dat een piek veroorzaken die je misschien kunt voorkomen.

Besparen helpt niet alleen voor je energierekening. Het helpt ook bij netcongestie. Minder verbruik en lagere pieken zorgen ervoor dat je meer ruimte houdt binnen je bestaande aansluiting.

Stuur je energieverbruik slimmer

Na meten en besparen komt sturen. Dat betekent dat je je elektriciteitsverbruik beter afstemt op momenten waarop er ruimte is. Bijvoorbeeld door processen te verschuiven, laadpalen slim aan te sturen of installaties niet allemaal tegelijk te laten draaien. Slim sturen in de spits! Met een energiemanagementsysteem kun je apparaten automatisch slimmer aansturen. Dat kan bijvoorbeeld helpen bij laadpalen, koeling, verwarming, productieprocessen of het gebruik van eigen zonnestroom.

Ook zonder collectieve energiehub kun je dus binnen je eigen bedrijf al veel doen. Misschien kun je laden op momenten dat je zonnepanelen veel opwekken. Misschien kan een koelinstallatie anders worden ingesteld. Misschien kun je productieprocessen beter spreiden. Of misschien blijkt dat een deel van je piek ontstaat door een instelling die eenvoudig aan te passen is.

Denk nuchter na over opslag

Batterijopslag wordt vaak genoemd als oplossing voor netcongestie. En in sommige situaties kan een batterij zeker interessant zijn. Bijvoorbeeld als je veel eigen opwek hebt, pieken wilt verlagen, laadpalen wilt ondersteunen of stroom op een ander moment wilt gebruiken. Maar een batterij is niet de eerste stap. Je moet eerst weten wanneer je stroom over hebt, wanneer je tekortkomt en welk probleem je precies wilt oplossen.

Een batterij zonder energieprofiel is vooral een dure gok. Begin daarom altijd met data en een goede businesscase. Past opslag bij je verbruik? Hoe vaak wordt de batterij gebruikt? Helpt het om pieken te verlagen? En wat betekent het financieel?

Kijk of Flex-E past bij je situatie

Voor bedrijven die door netcongestie niet kunnen groeien of verduurzamen, kan de Flex-E-regeling interessant zijn. Deze subsidie van RVO helpt bedrijven en instellingen om hun elektriciteitsverbruik flexibeler te maken.

Je kunt Flex-E gebruiken voor een flexibiliteitsscan, een haalbaarheidsstudie of flexibiliteitsmaatregelen. Daarmee kun je onderzoeken welk deel van je verbruik te verschuiven is, welke maatregelen haalbaar zijn en hoe je pieken kunt verminderen. Niet iedere ondernemer komt automatisch in aanmerking, maar het is wel verstandig om te bekijken of de regeling past bij je situatie. Zeker als je plannen hebt voor elektrificatie, uitbreiding, laadvoorzieningen of energiesturing.

Houd de deur naar samenwerking open

Dat samenwerking nu niet lukt, betekent niet dat het later geen optie is. Juist ondernemers die hun eigen energiehuishouding op orde hebben, zijn straks betere gesprekspartners. Bewaar daarom je meetdata. Breng je energieprofiel in beeld. Houd contact met ondernemers in de buurt. Sluit aan bij parkmanagement of een ondernemersvereniging en blijf alert op initiatieven van gemeente, netbeheerder of bedrijventerreinorganisatie.

Samenwerken lukt later beter als je zelf weet waar je staat.

Duurzame inspiratie