Soms zit verduurzaming niet in een groot plan, maar in honderd kleine keuzes. Bij RAS Wasserij en Stomerij in Hoogkarspel gebeurt dat eigenlijk al vanzelf. Niet omdat het moet, maar omdat het logisch voelt.
Het familiebedrijf bestaat sinds 1923 en wordt tegenwoordig geleid door Sander en Madelon Brandt. Vier generaties verder staat er geen wasserij meer in een kelder in Amsterdam, maar een grote, doordachte installatie op bedrijventerrein De Wijzend in Hoogkarspel. Toch is de basis nog precies hetzelfde gebleven: dichtbij de klant werken en begrijpen wat die nodig heeft.
“Wij zijn niet uniek in wat we doen,” zegt Sander. “Maar we begrijpen de horeca. Hotels hebben weinig opslagruimte, dus komen wij liever vaker langs met kleinere hoeveelheden. Dat scheelt ruimte bij hen én kilometers bij ons.” RAS werkt daarom bewust regionaal: hotels, restaurants, vakantieparken en straks de bruine vloot in Enkhuizen. “Van Limburg naar Den Helder rijden voor twee handdoeken slaat nergens op. Dichtbij je klant blijven is automatisch duurzamer en sneller.”
Een bedrijf dat met je meegroeit
Het huidige pand staat er al zo’n dertig tot veertig jaar en was ooit een autoschadebedrijf. In 2007 verhuisde RAS vanuit Amsterdam naar Hoogkarspel omdat het oude pand te klein werd. Daarna volgde een periode van opnieuw opbouwen, inclusief een faillissement en een doorstart.
“We zijn letterlijk opnieuw begonnen met z’n tweeën,” vertelt Madelon. “Onze machines stonden hier nog en twee maanden nadat we eruit waren, konden we gelukkig alweer open.” Inmiddels werken er weer zo’n twintig mensen. Toen het pand en de installatie opnieuw te klein werden, stonden ze voor de keuze: verhuizen of investeren. Ze besloten te blijven. “We wilden het in één keer goed doen.”
Warmte die nooit meer verloren gaat
Een wasserij verbruikt veel water en energie, dus daar zat ook de grootste verduurzamingswinst.
Waar de oude machines gemiddeld 18 liter water per kilo wasgoed gebruikten, heeft de nieuwe wasstraat nog maar ongeveer 5 liter nodig. Maar de echte besparing zit in wat er met warmte gebeurt.
“Het water was vroeger te warm voor het riool. Dat koelden we terug en dat was het. Nu gebruiken we die warmte opnieuw in ons proces.” De stoom van de mangel, de grote strijkmachine, verwarmt tegenwoordig de wasinstallatie, terwijl het afgekoelde water weer nieuwe processen voedt. Waar vroeger elke machine apart werd verwarmd, werkt alles nu samen. Daardoor gaat er veel minder energie verloren.
Zonnepanelen, warmtepomp en slim plannen
Op het dak liggen ruim honderd zonnepanelen en een warmtepomp die grotendeels draait op zonnestroom. Opslag is er nog niet, maar daar kijken Madelon en Sander wel naar. Netcongestie speelt ondertussen ook hier een rol. RAS wil uiteindelijk elektrisch rijden, maar daarvoor is een zwaardere aansluiting nodig.
“We hebben de aanvraag gedaan, maar we weten dat het niet vanzelf gaat. Daarom kijken we eerst hoe we maximaal kunnen werken met wat we nu hebben.” Dat doen ze vooral door slim te plannen: zoveel mogelijk draaien tijdens zonnige uren en processen beter op elkaar laten aansluiten. “Als de mangel draait, heb je restwarmte. Hoe beter dat in balans is, hoe efficiënter het hele proces wordt.”
Duurzaam denken verandert je hele bedrijf
De techniek was het begin, maar daarna volgden vanzelf andere keuzes. Plastic verpakkingen verdwenen bijna volledig. Pakketten met servetten of lakens gaan nu met een papieren bandje in plaats van folie de deur uit, iets waar klanten inmiddels ook om vragen vanwege duurzaamheidslabels.
“Je gaat anders kijken,” zegt Madelon. “Niet alleen naar energie, maar naar alles wat je gebruikt.” Ook chemie werd aangepakt. Chloor gebruiken ze niet meer. “Het slijt textiel sneller en is slecht voor het milieu. Wij kunnen ook schoon wassen zonder.”
Geen groot plan, wel een duidelijke richting
RAS ziet verduurzaming niet als eindpunt, maar als een continu proces. Misschien komt er nog een accu, misschien samenwerking met bedrijven op hetzelfde onderstation, misschien een elektrische vrachtwagen; maar alleen als het werkt. “Een dieselaggregaat is voor ons geen oplossing. We willen vooruit, niet terug.” De kern zit volgens Sander en Madelon ergens anders: “We proberen gewoon alles zo optimaal mogelijk te doen met wat er wél kan. Dan kom je vanzelf steeds een stap verder.”