image.png

Tweede ronde Energiehub-subsidie: wat we leerden van de eerste ronde

De provincie Noord-Holland start dit jaar een tweede ronde van de Energiehub-subsidie. Goed nieuws voor bedrijventerreinen en ondernemers die vastlopen door netcongestie en samen willen werken aan slimme energieoplossingen. En ook goed nieuws voor initiatieven die strandden in de eerste ronde. Afgelopen voorjaar werden in de regio Westfriesland De Veken (Opmeer), Hoorn80 en Westfrisia (Hoorn) en Het Grootslag (Andijk) geselecteerd voor de ondersteuning.

De eerste ronde heeft goed laten zien dat een energiehub geen eenvoudige opgave is. Veel initiatieven strandden niet op techniek of subsidievoorwaarden, maar op andere, minder zichtbare factoren. Juist die leerpunten zijn waardevol voor ondernemers die nu overwegen om een aanvraag te doen.

Energiehubs zijn geen snelle oplossing

Een belangrijke les uit de eerste ronde is dat energiehubs vaak worden gezien als dé oplossing voor netcongestie. In de praktijk blijkt dat een energiehub vooral een middel is, geen doel op zich. Het opzetten ervan kost tijd, afstemming en vertrouwen.

Initiatieven die vooral werden gestart vanuit urgentie (“we moeten iets”) zonder duidelijke gezamenlijke basis, liepen sneller vast dan verwacht.

Begin bij je eigen energiegebruik

Een terugkerend struikelblok was het gebrek aan inzicht in het eigen energieprofiel. Veel bedrijven hadden wel een idee van hun jaarverbruik, maar onvoldoende zicht op pieken, flexibiliteit en momenten waarop verbruik te sturen is.

Zonder dat inzicht is samenwerken lastig. Je kunt pas gezamenlijk plannen maken als duidelijk is:

  • wie wanneer stroom nodig heeft,

  • waar flexibiliteit zit,

  • en waar grenzen liggen.

De tweede ronde legt daarom meer nadruk op het traject achter de meter: eerst individueel inzicht, daarna pas collectieve oplossingen.

Samenwerking vraagt meer dan techniek

Een energiehub draait niet alleen om kabels, batterijen en software. Minstens zo belangrijk zijn afspraken over eigendom, zeggenschap en besluitvorming. In de eerste ronde bleek dat dit vaak onderschat werd.

Vragen als “van wie is de installatie?”, “wie mag uitbreiden?” en “wat gebeurt er als een deelnemer uitstapt?” kwamen soms pas laat op tafel. Dat zorgde voor vertraging of onzekerheid binnen samenwerkingen.

Initiatieven met een duidelijke governance-structuur en heldere rollen hadden meer kans van slagen.

Klein beginnen werkt beter

Een andere belangrijke les: groter is niet altijd beter. Energiehubs die startten met een kleine, gemotiveerde kopgroep bleken vaak effectiever dan initiatieven die meteen een heel bedrijventerrein wilden meenemen.

Vertrouwen opbouwen, data delen en gezamenlijke keuzes maken lukt beter in een overzichtelijke groep. Opschalen kan later altijd nog.

Urgentie en commitment maken het verschil

Succesvolle initiatieven hadden één ding gemeen: deelnemers voelden allemaal dezelfde urgentie. Bijvoorbeeld omdat uitbreiding stagneerde, elektrificatie niet mogelijk was of bedrijfscontinuïteit onder druk stond.

Waar die urgentie ontbrak, bleef het bij verkennen en onderzoeken. Dat is waardevol, maar onvoldoende om daadwerkelijk tot realisatie te komen.

De rol van de netbeheerder en lokale context

Uit de eerste ronde blijkt ook dat lokale netomstandigheden steeds belangrijker worden. Niet elke oplossing is overal toepasbaar. Wat op het ene bedrijventerrein werkt, werkt ergens anders misschien niet. Daarom is afstemming met de netbeheerder en begrip van de lokale netstructuur essentieel. De tweede ronde houdt hier nadrukkelijker rekening mee.

Wat betekent dit voor de tweede ronde?

De nieuwe aanvraagronde bouwt voort op deze ervaringen. De focus ligt meer op:

  • realistische plannen,

  • duidelijke samenwerking,

  • een goede koppeling tussen individuele maatregelen en collectieve oplossingen,

  • en haalbaarheid op korte én middellange termijn.

Dat vraagt van ondernemers geen perfecte plannen, maar wel een helder beeld van waar ze staan en wat ze samen willen oplossen.

Wil je aanhaken bij deze ronde? Vul dan uiterlijk 31 januari deze vragenlijst in.

Duurzame inspiratie